Visueel venijn

Soms visualiseer ik hoe gedachtes lopen
hoe het kronkelt in kamers van mijn brein
beeld ik me in hoe het zou zijn zonder bochten
al die gangen verbonden in één rechte lijn.

Het venijn zit niet in de staart maar in de kop
systematisch geslinger van gevoel naar verstand
zie me stikken in trots, verdrinken in verwijten
moet principes zo nodig op mijn voorhoofd schrijven.

Ik weet dat geheugen selectief moet zijn
nee, ik wil niet in illusies geloven
toch tovert mijn brein elke keer weer
het beste beeld van jou naar boven.

Advertenties

Opstaan kan altijd nog

Omdat ik naakt was met al mijn kleren aan
heb ik mijn geraamte voor de deur laten staan
huid en haar maar op de vloer gelegd
er is te veel gezegd, te veel gegeven.

Mag ik even alleen de koelte voelen
tussen het dansen van de stoelen?
Mag ik de leegte een gat laten zijn
waarin de bodem steeds verdwijnt?

Op het ritme van een rillend lijf
kun je stilte écht omarmen
dus laat me alsjeblieft nog even
voordat ik alles weer moet geven.

Nachttherapie

Schuine streepjes op de wand,
vijftien vingers aan één hand
tellen hoop verloren ongelukjes
op de maat van kille karmapuntjes.

Krijtnagels krabben de nacht
krijsen woorden op het zwart
wie had gedacht dat jij vergat
hoe loyaal je zei je was.

Nu veel muren zijn beschreven,
vol gekalkt met loze kreten
krassen letters, niet te lezen
onze naam door te veel strepen.

Hoe kon ik me toch zo vergissen
in iemand die ik niet wil missen?

Afgekleurd

Voor de laatste keer pak ik mijn palet
met groen en geel streel ik pijn van het penseel
klodder kleur op je karakter en sop
rode randjes rond het hart dat niet meer klopt.

Ik stop, zie van een afstand door tranen
staar naar wat je bent en wie we waren
druppels druipen van het doek, je twijfelt
kijk toe hoe leven langzaam uit je sijpelt.

Het maakt niet uit hoeveel tinten ik teken
je zit vast in het grijs van je verleden.

Reconstrueren

De dagen duizelen door elkaar
ik ben ze alle duizend kwijtgeraakt
stuk voor stuk kerft het gaten in geluk,
het huilt kuilen in het brein van mijn zijn.

Het brandt, resten leugens smeulen
ze smoren na, verstopt in het verstand
ik ben gestrand en geheel gestript
alsof er geen flard huid meer over is.

Ik huis in de fundering van dit bestaan
raap overgebleven stenen bij elkaar
het is gering, maar één ding is zeker
wat nu nog staat kan nooit meer breken.

Onthechten

Vannacht ben ik de auto ingestapt
verward en met bevende benen
ben ik elk uur meer gas gaan geven.

Ik ben tel en tijd kwijtgeraakt
rij rondjes met regen op ruiten
het huilt binnen meer dan daar buiten.

Vòòr het rood van ochtendgloren
had de dood genoeg gevroren
ben ik uitgestapt, opnieuw geboren.

In mijn mond zit nu de koelte
was vergeten hoe het proefde,
hoe goed adem halen voelde.

Een ander heeft me toen gekust
langzaam kwam er rust en heel even
wist ik weer wat het is om te leven.

Ongeneeslijk genetisch

Met het hoofd tegen de grond gedrukt
heb ik zicht van onderste boven,
nu geloof ik pas dat jij het was
die me waarheid heeft gelogen.

Je hebt bloed uit polsen gezogen
rood gevoed en zonder doven
de gloed uit ogen meegenomen.

De koele vloer is wat ik nu voel
van onder zie ik straattheater
ik bekijk hoe jij jezelf speelt,
hoe je verandert in je vader.