Nachttherapie

Schuine streepjes op de wand,
vijftien vingers aan één hand
tellen hoop verloren ongelukjes
op de maat van kille karmapuntjes.

Krijtnagels krabben de nacht
krijsen woorden op het zwart
wie had gedacht dat jij vergat
hoe loyaal je zei je was.

Nu veel muren zijn beschreven,
vol gekalkt met loze kreten
krassen letters, niet te lezen
onze naam door te veel strepen.

Hoe kon ik me toch zo vergissen
in iemand die ik niet wil missen?

Advertenties

Afgekleurd

Voor de laatste keer pak ik mijn palet
met groen en geel streel ik pijn van het penseel
klodder kleur op je karakter en sop
rode randjes rond het hart dat niet meer klopt.

Ik stop, zie van een afstand door tranen
staar naar wat je bent en wie we waren
druppels druipen van het doek, je twijfelt
kijk toe hoe leven langzaam uit je sijpelt.

Het maakt niet uit hoeveel tinten ik teken
je zit vast in het grijs van je verleden.

Reconstrueren

De dagen duizelen door elkaar
ik ben ze alle duizend kwijtgeraakt
stuk voor stuk kerft het gaten in geluk,
het huilt kuilen in het brein van mijn zijn.

Het brandt, resten leugens smeulen
ze smoren na, verstopt in het verstand
ik ben gestrand en geheel gestript
alsof er geen flard huid meer over is.

Ik huis in de fundering van dit bestaan
raap overgebleven stenen bij elkaar
het is gering, maar één ding is zeker
wat nu nog staat kan nooit meer breken.

Onthechten

Vannacht ben ik de auto ingestapt
verward en met bevende benen
ben ik elk uur meer gas gaan geven.

Ik ben tel en tijd kwijtgeraakt
rij rondjes met regen op ruiten
het huilt binnen meer dan daar buiten.

Vòòr het rood van ochtendgloren
had de dood genoeg gevroren
ben ik uitgestapt, opnieuw geboren.

In mijn mond zit nu de koelte
was vergeten hoe het proefde,
hoe goed adem halen voelde.

Een ander heeft me toen gekust
langzaam kwam er rust en heel even
wist ik weer wat het is om te leven.

Ongeneeslijk genetisch

Met het hoofd tegen de grond gedrukt
heb ik zicht van onderste boven,
nu geloof ik pas dat jij het was
die me waarheid heeft gelogen.

Je hebt bloed uit polsen gezogen
rood gevoed en zonder doven
de gloed uit ogen meegenomen.

De koele vloer is wat ik nu voel
van onder zie ik straattheater
ik bekijk hoe jij jezelf speelt,
hoe je verandert in je vader.

Ontspiegeling

Ik raap gerafelde randen rood
handen bloeden bloot maar ik voel niet
wat me in ontsteltenis verdooft.

Je liet spiegels alle kanten barsten
dwarrelden in splinters naar benee
in één klap stierf ik met je mee.

Zo zie ik duizend delen reflectie
wat leek op perfectie bleek gebroken
het is vernield, verloochend.

Nu zit je op de grond geknield
over je spiegelbeeld gebogen
met ogen dichter dan gesloten.

Verknipt

Ik draai draadjes langs verstand
alsof er een verband bestaat
tussen wat nu is en ooit zo was.

Knippend schaar ik al het garen
dat je weefde en zo zeef ik
wat we waren of leken te zijn.

Het venijn van gelijmde lijnen
lineair, links of dwars langs elkaar
de knopen zitten door het kwaad.

Het is te laat dus knip ik spinsels
met jouw verzinsels wis ik leven
ik wil je ware aard vergeten.